Pagina wordt geladen ...

Bel ons op 0528 267 231 of mail naar info@vspadvocaten.nl

Is ontslag op staande voet nog mogelijk?

Zeker, maar het is meer dan ooit een ultimum remedium, oftewel: een laatste redmiddel. Niet ieder wangedrag -hoe overduidelijk ook- rechtvaardigt een ontslag op staande voet.  Dat betekent dat een werkgever alleen een werknemer op staande voet zou moeten ontslaan als er sprake is van ernstige omstandigheden die hem eigenlijk geen andere keus laten. De reden hiervan is gelegen in het feit dat een werkgever behoorlijke (financiële) risico's loopt als het misgaat.

Een ontslag op staande voet was altijd al ingewikkeld. Het ontslag moet snel (onverwijld) worden gegeven, er moet sprake zijn van een dringende reden en die dringende reden moet de werknemer bij de ontslagaanzegging (bewijsbaar) meegedeeld zijn. Omdat de gevolgen van een ontslag op staande voet voor de werknemer heftig zijn (geen opzegtermijn, geen recht op ww) heeft de wetgever hieraan strenge eisen gesteld en doet de rechter dat ook.

Met de komst van de WWZ (Wet Werk en Zekerheid) per 1 juli 2015 heeft de werknemer twee maanden de tijd om de kantonrechter te vragen het ontslag op staande voet te vernietigen. Wijst de kantonrechter de vernietiging van het ontslag op staande voet af, dan kan de werknemer hiervan in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Stel het gerechtshof vindt dat de werknemer toch gelijk heeft en hij vernietigt het ontslag, dan kan het gerechtshof daaraan ofwel de consequentie verbinden dat de arbeidsovereenkomst moet worden hersteld ofwel dat de werkgever de werknemer een billijke vergoeding moet betalen. In het eerste geval zal vaak ook het loon over de periode tussen het ontslag op staande voet en het herstel van het dienstverband betaald moeten worden; in het tweede geval moet er naast de billijke vergoeding mogelijk door de werkgever ook nog een transitievergoeding en/of een vergoeding wegens onregelmatig ontslag betaald worden, hetgeen samen tot een aanzienlijk bedrag kan leiden.

Andersom kan het ook zijn dat de kantonrechter het verzoek van de werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet toewijst en de werkgever hiervan hoger beroep instelt. Dan kan het gerechtshof de werkgever alsnog in het gelijk stellen waarbij het hof moet bepalen op welk moment de arbeidsovereenkomst eindigt. Dit moment kan echter niet in het verleden liggen. Het gevolg is dat de werkgever het loon over de periode tussen het ontslag op staande voet en de einddatum die het hof heeft bepaald niet kan terugvorderen, terwijl dat vóór de WWZ veelal wel kon.

Uit het bovenstaande blijkt dat het ontslag op staande voet door de invoering van de WWZ ingewikkelder is geworden. Er dreigt schade voor de werkgever als hij door de kantonrechter of door het gerechthof in het ongelijk wordt gesteld. Die schade kan behoorlijk oplopen. Alleen een tijdig (dus vóór het ontslag op staande voet ingewonnen) èn goed advies kan de kans op schade voorkomen.

Erica van Asselt- Pronk

sitemap | contact | maatwerk web applicatie dotsolutions